'Je kunt niet alles op individueel niveau oplossen'

Margot Scholte over haar Marie Kamphuis-lezing 2018

Margot Scholte houdt op 14 maart de Marie Kamphuis-lezing tijdens de ‘Dag van de Sociaal Werker 2018’. Haar lezing gaat over de huidige positie van het sociaal werk, waarin volgens haar meer aandacht zou moeten zijn voor de aanpak van structurele problemen in het sociaal domein. Voor deze gelegenheid hebben we met Margot gesproken.
 

Margot Scholte werkte lange tijd bij Movisie aan de professionalisering van de eerstelijns hulp- en dienstverlening en in het bijzonder van het maatschappelijk werk. Zij is bijna tien jaar hoofdredacteur geweest van Maatwerk, de voorloper van het Vakblad voor Sociaal Werk. Van 2008 tot 2014 was zij tevens lector maatschappelijk werk bij Hogeschool Inholland. Het lectoraat hield zich bezig met de verbreding van het beroepsperspectief van maatschappelijk werkers tot sociaal werkers. Vanwege ziekte heeft Margot enkele jaren terug haar actieve loopbaan beëindigd. Des te opmerkelijker dat zij nu weer op het podium staat.

Een uitdaging

Margot Scholte: 'Iemand vroeg zich al af of ik weer beter was, maar dat is niet zo. Op het moment dat ik ziek werd, heb ik in eerste instantie vooral afstand genomen. De eerste twee jaar - ik zat toen in de ziektewet - heb ik nog wel een dag, anderhalve dag gewerkt om lopende zaken af te ronden. Na die twee jaar word je er uitgezet. Dat is een schok, maar zo werkt het. Je ziet ook mensen die dolgraag in de ziektewet willen omdat ze van alles mankeren maar die onder druk gezet worden om te werken. Bij mij was eerder het omgekeerde het geval, ik ging me langzaam weer beter voelen. En toen was het ineens afgelopen.

Ik heb mijn best gedaan om afstand te nemen, maar het bleef trekken. Ik kan ook niet zo goed stilzitten. Zo ben ik blijven sparren met Ard Sprinkhuizen, een collega waarmee ik heel veel heb samengewerkt. Ik heb bijgedragen aan het boek ‘De brede basis van het sociaal werk’, dat vorig jaar is verschenen. En ik ben bezig met een onderzoek naar mentale herstelprocessen van ongeneeslijk zieke kankerpatiënten.

Toen ik gevraagd werd voor de Marie Kamphuis-lezing aarzelde ik nog even maar ik vond het ook een uitdaging. Ik heb me er weer met plezier ingestort. Ik mis het meedoen, het maatschappelijk meetellen. Het voorbereiden van de lezing geeft me wat dat betreft een goed gevoel.'

Dag van de Sociaal Werker

Zorg+Welzijn organiseert in samenwerking met Movisie op woensdag 14 maart 2018 de volgende editie van de Dag van de Sociaal Werker. Een dag waarop het zo belangrijke vak sociaal werk centraal staat. Dit keer zal de focus liggen op hoe jij als sociaal werker sámen met je gemeente de positionering van sociaal werk kunt versterken, zowel op het gebied van onderlinge samenwerking als in contact met de burger. En bovenal; hoe jij als professional jezelf én het sociaal werk kunt blijven ontwikkelen en vernieuwen.

Voor het volledige programma en informatie over aanmelden, zie zorgwelzijn.nl

Banner Dag van de Sociaal werker 2018

De generalist

'Destijds ben ik volop bezig geweest met de generalist. Waar hebben we het dan over? Gaat het over één werker die van alles en nog wat in huis heeft of heb je het over verschillende typen professionals die samenwerken. Ik ben meer van de eerste school: zorg dat het brede palet van taken en activiteiten in handen is van één professional, of eventueel twee ‘basistypen’: een hulpverlener en een opbouwwerker. Als verdieping nodig is, kun je er allerlei mensen bijhalen. Voor mij zou de sociaal werker in eerste instantie moeten proberen niet te veel de diepte in te gaan. Je hebt het dan over de generalist als specialist. Dat hebben we wel vergeleken met de huisarts. Generalistisch werken als specialisme. Mijn ideale beeld is dat net afgestudeerde sociaal werkers basisprofessional zijn, die beschikken over combinaties van competenties. Daarmee zijn ze in staat om bij te dragen aan - zoals we dat destijds noemden - vroegtijdig, licht en gericht interveniëren met inzet van 'eigen kracht', vrijwilligers en collectieve interventies.

Een stepped care benadering waarbij in eerste instantie de kortste of minst intensieve interventie aangeboden wordt en alleen als deze onvoldoende resultaat oplevert, wordt overgegaan op een meer intensieve aanpak. En altijd goed signaleren. Je moet natuurlijk achterliggende problemen - die alleen maar verergeren - zo snel mogelijk boven tafel zien te krijgen Dat betekent niet dat je de hele wijk onder het vergrootglas van bijvoorbeeld de GGZ gaat leggen.'

Structurele problematiek

'In mijn lezing wil ik met name aandacht vragen voor de aanpak van structurele problemen in het sociale domein. Eerder heb ik - samen met Ard - een model uitgewerkt om de veelheid aan methodische werkwijzen, posities en rollen in het sociaal werk beter te duiden. Daarbij gingen we uit van twee  dimensies, die van individueel naar collectief aan de ene kant én die van hulpverlening en ondersteuning naar activering en participatie aan de andere kant.

Nu hebben we al puzzelend een derde dimensie toegevoegd, namelijk die van ‘invoegen’ en wat we met een lelijk woord ‘structuraliseren’ hebben genoemd. Invoegen is het individualiseren van problematiek waarbij de sociaal werker individuen of gemeenschappen helpt zich te verhouden tot het systeem. Veel van de huidige interventies zitten op dit moment vooral op dat niveau: hoe kun je iemand helpen om zich te verhouden tot alle complexiteit, waarmee deze te maken krijgt.

Wij willen ook de achterliggende structurele problematiek naar boven halen. Je kunt niet alles op individueel niveau oplossen. Je zult ook richting politiek en beleid iets moeten doen. Dat noemen we dan structuraliseren. Daarbij til je de problematiek juist boven het individuele niveau uit en streef je naar maatschappelijke aanpassingen.

Ik zou wel - ook na de lezing - aan de slag willen gaan met wat Ard en ik Sociale Actie Nieuwe Stijl hebben genoemd. Dus de structurele kant van problematiek oppakken en dan niet alleen op interventieniveau, maar nadenken over hoe sociaal werk aan tafel kan zitten om mee te beslissen. Zo zouden bijvoorbeeld beroepsverenigingen veel meer kunnen samenwerken met andere belangenverenigingen. En ook zouden sociaal werkers getraind kunnen worden om deel te nemen aan lokale politiek. Door daarin te participeren verover je de positie en de macht die nodig is om veranderingen te bewerkstelligen.

Het leuke van het voorbereiden van de lezing was dat ik veel oude boeken gelezen heb en mensen heb gesproken met veel praktijkkennis van het verleden. En dan blijkt dat er weinig nieuws onder de zon is. In het verleden is er al veel aandacht besteed aan dit thema. Heel veel daarvan is weliswaar gedateerd maar niet onbruikbaar. Als je het voorziet van een nieuwe context, dan is het weer springlevend. Dat was een mooie zoektocht, die ik verwerkt heb in mijn lezing.'

Doelgroep

'In de jaren 80 is er veel onderzoek gedaan naar onmaatschappelijkheidsbestrijding. Dan komt naar voren dat in de loop van de tijd we eigenlijk steeds te maken hebben met dezelfde doelgroep. Ze worden steeds met andere namen aangeduid, maar het gaat steeds om dezelfde mensen die onder toezicht worden gesteld, zij die leven in sociale achterstandssituaties en armoedeproblematiek. Er is sprake van woningtoezicht, asociale gezinnen, onmaatschappelijkheidsbestrijding, symbiotische gezinnen en rond 2000 werden het ineens multiprobleemgezinnen terwijl we nu alweer over kwetsbare gezinnen spreken. Destijds had de samenleving geen probleem met de oplossing: heropvoeden. Eigenlijk doen we dat nu nog steeds, maar we noemen het anders. Sociaal werk moet bij uitstek bij dit soort type problemen laten zien dat hier sprake is van structurele zaken en dat interventies in dit geval niet alleen gericht moeten zijn op het individu. 

Sommigen verzetten zich tegen het idee dat sociaal werk er vooral is voor de meest kwetsbare groepen. Vanuit die optiek zou het slecht zijn voor de status van de beroepsgroep als dat de doelgroep is. Daar denk ik dus echt anders over: sociaal werk is erbij uitstek voor die kwetsbare groepen, je bent er niet voor iedereen, al werk je wel met iedereen samen om te verbinden en te overbruggen. Maar je doel is vooral de achterblijvers te betrekken en voor hen kansen te creëren. Laten we dat onder ogen zien. Dat betekent dat organisaties voor sociaal werk de handen in elkaar moeten slaan en een goede politieke lobby moeten voeren voor het sociaal werk. Ik kon het niet laten en beëindig mijn lezing dan ook met agenda voor het heden en de toekomst van het sociaal werk.'

De foto van Margot Scholte is gemaakt door Vincent Boon.